Interview by Ina Boiten (NL)

Interview by Ina Boiten, after the exhibition All Begins With A, TENT, Rotterdam, 2015. Text in Dutch. Download here.

—————————————-

Nagesprek All Begins With A
Ina Boiten in gesprek met Janneke van der Putten 

25 september 2015 in TENT, Rotterdam

Ruimte
Ina Boiten Je werkt het meeste met je eigen stem. Ik vind het jammer als deze elektronisch versterkt wordt, zoals bij jullie performance van ‘Invisible Architecture’, tijdens de opening van de tentoonstelling.

Janneke van der Putten Onze benadering in het project ‘Invisible Architecture’ is te kijken hoe een ruimte als instrument gebruikt kan worden. Het principe is niet zozeer met de stem van Janneke te werken –hoewel we wel zo begonnen zijn. Het gaat veel meer over ruimtes en hun akoestiek, en wat we daarmee kunnen doen.

Ruimtes hoorbaar maken.
Ja. In de laatste edities van ons project hebben we nauwelijks met de stem gewerkt. In de Maastunnel –Rotterdam, hebben we bijvoorbeeld ook verschillende opnames gemaakt met elektromagnetische velden.

Zoals Christina Kubisch?
Ja. Christian Galarreta heeft antennes gemaakt waardoor je kunt luisteren naar de verschillende aanwezige elektromagnetische velden. We hebben gekeken naar wat het meeste wordt versterkt en welke geluidsbron het beste werkt, hier in deze plek. Ook in DordtYart –Dordrecht, hebben we met onder andere percussieve geluiden gebruikt.



Maakt dat verschil voor jou?
Nou zie je, de stem is natuurlijk mijn ding. Het is echt mijn keuze geweest, tijdens mijn studie in textiel, om naar dat medium over te stappen. En je kunt hier in TENT zeker wel met enkel de stem werken –dat is ook het onderwerp tijdens de ‘Voice and Space’ workshop die ik hier ga geven. Maar in mijn samenwerking met ‘Invisible Architecture’ onderzoeken wij iedere specifieke plek opnieuw, zonder vast te houden aan één enkel medium. Christian pleit echt voor wat in geluidsopzicht het sterkste effect geeft, om daar het passende medium voor in te zetten. Het is voor mij een uitdaging om hier open voor te staan en de stem, als enige wat er is, los te kunnen laten.

Het gaat je eigenlijk om de space?
Ja –Christian’s invloed is ook om nog radicaal te kijken naar hoe de karakteristieke eigenschappen van een ruimte uitgelicht kunnen worden, in een interessante, fysieke geluidservaring. In 2013 zijn we met de echo’s van mijn stem begonnen, in de toren van Aldo Rossi van het Centre international d’art et du paysage. Christian wilde niet aldoor hetzelfde blijven doen. Hij is componist en muzikant en maakt ook geluidsinstallaties. Hij programmeert die apparatuur bijvoorbeeld zo dat er interactie is met licht en geluid.

Je schreef ook ergens: the spatial body of architecture wordt via jouw vocal body, de stem, duidelijk. De mensen een soort van rooting, belonging laten beleven: is dat je doel? Mensen zich op hun plek te laten voelen?

Misschien kan ik de mensen een impressie geven van wat ikzelf ervaar, in mijn dagelijks leven praktiseer in mijn werk. Daarmee bedoel ik een bepaald gevoel van sensitiviteit, gebruik van intuïtie in de plek waar je bent. En daarom vond ik het heel belangrijk om vier maanden in dat eiland te zijn als tijdelijke bewoner. Ik interesseer me voor waar ik ben. Ik ben niet iemand die in de studio blijft zitten.

Geen beschouwer van buitenaf?
Nee, dat is onmogelijk. Ik spreek mensen aan, ik wil echt kijken wat is hier. Ik heb daar zelfs in het donker alleen in de bossen leren lopen zonder angst. In Nederland heb ik dat nog nooit eerder gedaan. De context leende zich daar eerder niet voor en daar wel, het was helemaal stil. Het is niet altijd prettig als je in de winter in de ochtend daar alsmaar op één plek zit, in de sneeuw. Het is wel aanpoten. Ik zie dat ook als een uitdaging om je die plek eigen te maken. Ik vind het heel leuk om wat ik heb geleerd en heb ontwikkeld op een plek met een groep te delen. Ik heb daar met een koor gewerkt ter afsluiting van wat ik eerst alleen heb ontwikkeld. We zijn langs de kust gegaan en hebben geprobeerd met echo’s te communiceren, kijken tot welke afstand en hoe ver kun je elkaar horen.

Dat was je werk ‘Landscape Acoustics and Voice’. Jammer genoeg was die video niet te zien op de tentoonstelling. Geweldig mooi het idee: stervormig uit elkaar met de ruggen naar elkaar toe en weer samenkomen elkaar aankijkend. En de communicatie onderling. Dat heeft iets heel authentieks, archeologisch.
Zo was het ook. We begonnen op de top van het eiland, het was best wel heuvelachtig. Ze kregen instructie, wat ze moesten doen: we beginnen bovenaan en verspreiden uit elkaar naar de kust en dan komen we weer terug. Het was een eenmalige ervaring. Daarvoor waren er twee dagen lang workshops met luisteren, geluiden die je hoort imiteren, nadoen. Echo’s. Maar ik heb ze verder eigenlijk vrijgelaten wat voor geluiden ze wilden maken. Door naar elkaar te luisteren werden ze echt deel van het landschap. Ook de energie.

Heel mooi het luisteren naar elkaar, het antwoorden.
Ja, het was een soort van sommatie ook. Maar dat gebeurt constant ook bij het horen: is dat nou een stem, is het een vogel. Je verliest als het ware je identiteit, ook als je het uitvoert. Je bent niet meer bezig met: oh zo moet het, dit ben ik, dat heb ik gemaakt of dat heb ik geleerd.

Maar je bent wel op die plek in dat moment..
Ja door echt te luisteren naar wat er om je heen gebeurt, naar de echo. Dat is heel belangrijk. Bijvoorbeeld toen ik in die toren zong, tijdens de eerste versie van ‘Invisible Architecture’, altijd probeerde ik naar de echo’s te luisteren en niet naar mijn eigen stem, maar naar wat er buiten mij is. Dat is ook een heel andere manier van luisteren waarin  Christian mij introduceerde. Ik probeer eigenlijk niet te kijken hoe ga ik die klank maken, ik probeer met mijn oren ver weg te luisteren. Het gaat niet om mij, het gaat erom hoe het in de ruimte klinkt.

Ja, dat is wat je schreef over de spatial body en jouw vocal body. ‘Spatial body’ vind ik een heel mooie kreet want die architectuur die is er, die moet alleen tot klinken gebracht worden. Maar wordt door geluid de ruimte ook anders? Ik heb namelijk eens een keer bij Edwin van der Heide’s project ‘Radioscape’ met een enorm apparaat waarmee je radiogolven kon opvangen door de stad gelopen en had toen de ervaring dat een nauw steegje opeens veranderde in een bolvormige ruimte, een hele luchtbel als het ware. Dus de ruimte veranderde door dat geluid. Heb jij ook zo’n ervaring? Via jouw stem of via jouw geluiden?
Ik moet denken aan wat Christian zei over ‘Invisible Architecture’. Je kan de geest, het spook, de schaduw van die echo, hoe je het ook wilt noemen, bijna zien. Dus je schreeuwt iets en je hoort het terugkomen.

Een levende ruimte wordt het eigenlijk?
Zoals ik het ervaar is het gewoon leven. Je kan geluid eigenlijk zien. En of de ruimte nu verandert door het geluid: ik zou eerder zeggen dat het er al was, alleen misschien nog niet actief. Niet tastbaar. Bijvoorbeeld aan het einde van de video ‘Directed to the Sun’ met de Zonneklok, hoor je een kort gesprek tussen Christian en Richard, de performer. En hij vertelt over het watergebrek en dat is vrij heftig. Het gaat over een bedrijf dat heel veel water afneemt waardoor de boeren dat niet kunnen. En toen gingen we weg en ik dacht oké even wachten, ik ga een test maken en ik begon daar schreeuwen te maken, die kreten en dat hoor je op het eind van de video. En dat is alsof het land klaarkomt, de intensiteit die daar is en die ik dan uit.

Heel indringend, heel mooi. Een wisselwerking.
Ik denk het wel. Je kijkt ook wat voor geluid is daar. En je kunt het ook vertolken op een of andere manier.

Stem
Wat je zingt dat doe je spontaan, neem ik aan.
Ja, eigenlijk wel. Het is niet allemaal op partituur. Dat heb ik al heel lang geleden achter me gelaten. Zeker als ik alleen stemgeluid maak. Vanuit de Indiase muziek die ik heel boeiend vind, die orale traditie, heb ik geleerd dat je een geheugen hebt of kennis, vanuit je herinnering, vanuit je lichaam: spiergeheugen, muscle memory. Dat je door te ervaren, door het te doorlopen, je iets eigen maakt.

Geluid als materie noem je het.
Dat komt ook door die oefening uit de Indiase muziek. Ik weet nog goed dat in het begin mijn collega zei: voel je de trillingen. Als je die diepe A [Janneke zingt een diepe sonore AAA] zó zingt. In het begin voelde ik het echt niet, pas na een paar maanden begon ik me bewust te worden van wat het geluid in je lichaam doet en wat het eigenlijk inhoudt.

Je gebruikt je stem als geluidsmedium, dat is jouw instrument, jouw materiaal eigenlijk.
Daar heb ik echt voor gekozen. Dat is heel duidelijk.

Met Indiase zang zing je niet alleen hele en halve noten, maar ook tonen er tussenin.
Ja, dat is interessant als je het vergelijkt met Chinese kalligrafie, dat is heel beeldend. Daar heb je een basisoefening dat je een lijn trekt. Je probeert een lijn te trekken en dan merk je dat het niet een rechte lijn is, dat er ook bobbelingen zijn. En dat is te vergelijken met als je een toon gaat zingen met de AKAR-techniek van de Indiase zang, een techniek waarin je A zingt. Je word gevoeliger voor microtonaliteit, voor de verschillen tussen-tonen. En daardoor blijft het niet op een hele of halve toon, maar voel je ook de nuances. Je leert dat het er niet om gaat om van die toon naar een andere toon te gaan, maar je leert hoe je naar een toon toegaat en wat de sfeer er rond omheen is. Je kan op duizenden manieren twee tonen met elkaar verbinden.

Tijd
Je bent voortdurend bezig met de tijd, de zonnewende, dag en nacht, je bevraagt de functionaliteit van de chronologische tijd.
Doordat ik elke ochtend die stemoefening deed begon ik me te realiseren wat die zon nou betekent. Wat het effect is. Ik sprak die tijd wel in van 5.15 in de ochtend maar ik begon echt te ervaren hoe relatief die chronologie is, hoe langzaam de zon om de aarde verschuift, licht maakt. Als je vrij lang één handeling doet, dan verlies je ook bepaalde grenzen. Hoe lang heeft het nou geduurd, vraag je je dan af.

Als je zo de dagelijkse zonsopgang volgt met je stem, kijk je dan als het ware door de dagen heen?
Het is hetzelfde moment, maar de tijden verschillen wel.

Niet de kloktijd, maar de zonnetijd.
Het moment. En in die exercitie komt het niet echt bewust naar boven.

Tekst
Dan werk je naast geluid ook met teksten. Geluid komt direct binnen, terwijl tekst geestelijk verwerkt moet worden. Jullie toepassing van tekst zoals in de tentoonstelling op de zwarte wanden bij ‘Invisible Architecture’ zit er tussenin. Je ziet af en toe een flits en je leest het min of meer onbewust.
Het zijn fragmenten die je opvangt als het licht er op valt. Omdat ik bij ‘Invisible Architecture’ samenwerk met Christian Galarreta, praten we veel over het werk. Maar niet alleen over de praktische zaken, niet alleen over hoe we het gaan doen, over de communicatie, maar we reflecteren ook over de plek en de context en wat het allemaal inhoudt, het grote kader. Dat soort inhoud, dat soort gesprekken waren heel boeiend, geven weer een andere laag aan het werk. Omdat ik al lang archiveer en het leuk vind om dat soort dingen te documenteren, dacht ik laten we het opnemen. En zo is de tekst ontstaan. Dat doen we nu vrij consistent.

Ik heb altijd al van schrijven gehouden, het noteren. Ik heb denk ik wel last van een soort verzamelaarsdrang. Bijvoorbeeld ook die praktijk van het vastleggen van de tijd van de zonsopgang die ik opgenomen heb voor een aantal maanden. Dat is ook vrij veel werk en ik weet niet wat ik er mee moet doen met dat archief. Dat schrijven komt er dan bij. Dat realiseert zich in verschillende vormen en is ontstaan uit zo’n ervaring. Het materialiseert. Dat luisteren, die teksten dat heeft niet zo’n prominente rol. Het is in dat opzicht dezelfde weg, het is ook een aanleiding of het duidt iets, het is een residu, een onderdeel van een groter dialoog. Zoals ook met die doeken, die ik in mijn projecten gebruikt heb. Ze weergeven mijn passie uit mijn vroegere textielstudie.

Residu is een mooi woord. Over die doeken: het is of in dat doek als het ware het geluid van je stem gevangen werd. Als je het geluid uit zou zetten, dat je dan zou denken: het zit in het doek. Daarom was het ook heel mooi dat er ingezoomd werd op de afzonderlijke draden van het weefsel.
O, prachtig, hè. Deze scene is gefilmd door Gabriel Castillo, terwijl ik het doek vasthield en tegelijkertijd zong. Ik merkte wel dat het doek een soort muur werd, waarbij het geluid letterlijk werd versterkt. Dat was wat me opviel. En dat het in het doek gevangen wordt, dat is echt heel mooi. Ze hangen ook in de tentoonstellingszaal. Misschien is dát de partituur. De opname van die ervaring.

Toeval
Toeval speelt een grote rol in je werk?
Dat zie je heel goed in mijn video’s, dat het een actiemoment is geweest. We hebben ons wel voorbereid, maar het blijft ook improviseren. Dat in de video van ‘Directed to the Sun’ de Peruaan Richard Isidro Durand Roque, de performer, linten neemt en ons leidt naar die ruïne van dat kasteel met op de achtergrond de zonneklok, die 13 heuvels, dat had ik niet zo bedacht. Toeval, of geen toeval, het is wat het is.

Je maakt veel gebruik van wat je tegenkomt.
Ja. Technische perfectie is niet belangrijk.

Net als de microtonaliteit; de kleine oneffenheden maken het juist leuk.
Ja, ik probeer me ook niet vast te houden aan hiërarchieën of dominante structuren, die worden opgelegd. Technisch vernuft met camera en zo, dat kun je allemaal gebruiken, dat is materiaal, een hulpmiddel om iets over te brengen. Maar een studio-opname is ook niet perfect. Het is nooit neutraal. Eigenlijk interesseert het me niet om de conceptuele benadering van een project vast te houden. Daarom ook het geluidwerk ‘My Voice Got Up At’. Het is belangrijk dat dat niet een rigide, hermetische structuur ontstaan is: ik zet niet de wekker, ik word ook wakker voor de schemering. En zo ook die video rond het eiland, die is spontaan gefilmd, door Capucine Vever. Die camera zat voor op de neus van de boot gepositioneerd waardoor je ook de haken ziet en het hele beeld wordt afgebroken. Het videobeeld is daardoor niet iets waar je echt naar gaat kijken. Het wordt meer een textuur.

[Interruptie door een felle zonnestraal.]  Nu net komt dit zonlicht naar binnen, dat is het belangrijke. Mij gaat het om het levensgenot als ik het zo mag zeggen. Het in het hier aanwezig zijn. Met die zonnestraal die je vangt. Alsof dit ons nu het antwoord geeft.